Tegenwoordig begin ik de dag steevast met een paar koppen café allongé. Een verlengde koffie. Het klinkt aanzienlijk eleganter dan een Americano; daar denk ik deze tijden echt iets anders slaps bij.
Mijn shot espresso vul ik aan met Heuvelrugwater dat precies honderd graden is om daarna te gáán met die dag! - Heuvelrugwater, het beste water voor uw allerlekkerste koffie, hoor ik als een reclameslogan in mijn eigen oor-.
Vandaag heb ik mij voorgenomen om eens goed te rauzen in de tuin. Allereerst moeten een aantal bloeiende planten een royale slok water en gaan de verdorde bladeren in de GFT bak.
Voor de bosvogeltjes is het happening. Het opruimen van de bladeren geeft ze weer zicht op de bodem. Een nieuwsgierig roodborstje komt opvallend dichtbij. Hij zit op een tak, kijkt me aan en draait zijn kopje mee wanneer ik beweeg. Heel even lijkt het alsof we elkaar werkelijk zien.
Ik veronderstel dat we elkaar echt aankijken en ik probeer te lachen met mijn tanden zichtbaar. Ik voel direct een lichte schaamte. Niet om het lachen zelf, maar om de verwachting dat er iets terug zou komen. Ik heb mijn eigen 'kijk eens naar het vogeltje', niet met een camera en een mechanisch vogeltje zoals in vroegere tijden. Het is een onverwacht mooi moment. Een moment dat nog een laatste allongé vraagt. En water, want inmiddels parelt het zweet op mijn voorhoofd en plakt mijn haar nog eens akelig.
In mijn eigen oor hoor ik mijzelf zeggen á la Jacobse en Van Es (-dat waren Hagenezen :-):" Wou u een kiekie van die rooie vogâh, tik een piekie af, dan heb u ook naar het vogâhjtje gekeken, voor weinag".
