Of het de vrouwelijke hormonen zijn óf de stand van de maan, dat weet ik niet. Maar slapen doe ik deze week niet al te vast. Terwijl mijn liefste nog eens een deep house bass nadoet, (en waarmee hij onze slaapkamer qua sound goed vult) ben ik bijna zover om uit bed te gaan. Ik heb het afgeleerd om de exacte tijd te willen weten, dat werkt eerder averrechts. Na overleg met mijzelf besluit ik toch rustig te blijven liggen en de boel de boel te laten; ik concentreer me op mijn ademhaling…,”en laat los…en adem in.. en... laat los..”. Totdat ik me eindelijk realiseer wat mij toch uit mijn slaap houdt. En nu ik het weet, wordt het geluid ervan ook steeds harder. Alsof een tenniskanon ballen uitspuugt, zo klinkt het. En in een rap tempo ook. Het beste geluid wordt voortgebracht op de klikotonnen (een warme knal) maar ook op het garagedak (een heldere tik). Door de extreem warme zomer vallen de eikels vroeg dit jaar. Het is nog steeds donker, maar als ik weer denken kan, is het licht.
’s Morgens vraag ik het thuisfront wie er ook last had van die eikels vannacht. Mijn mannen kijken me verschrikt aan.